zaterdag 30 april 2011

Zaterdag 30 april – het smalle pad kent vele hobbels

De meesten van ons werden al vroeg wakker, zo tegen een uur of zes. Toen werd ’t licht, begonnen de hanen te kraaien en de honden te blaffen. Om acht uur ontbijten we in het gastenhuis: versgebakken brood en nasi goreng. Helemaal prima.

Om een uur of negen vertrokken we met de bus, de bestemming van vandaag was de nieuwe evangelisatiepost Jangga Hapapa van de GGRI-evangelist Daniël. Daarvoor moesten we zo’n anderhalf uur rijden, omhoog de bergen in. Zo’n weg als dit hadden we nog niet eerder meegemaakt: eerst leek ’t wel aardig, maar al snel kwamen er plassen en kuilen/gaten in de weg. Omdat de chauffeur nog erg zuinig is op z’n nieuwe bus (pas twee maanden oud), namen we de kuilen heel voorzichtig. Zou je met je Nederlandse personenauto echt niet hoeven te proberen (en daarom beschikt Jan hier ook over een Jeep). Bovendien bevonden zich links en rechts van de weg af en toe flinke afgronden. De adrenaline stroomde flink, maar dat schijnt goed voor het hart te zijn (volgens één van onze verpleegsters)… Nog spannender werd ’t als we een tegenligger tegenkwamen, want dat paste eigenlijk niet op dit weggetje. En omdat dalend verkeer voor gaat, moesten wij dan achteruit rijden om onze tegenligger erlangs te laten. Dat lukte het beste in een bochtje, maar ’t was oppassen om niet in de berm te raken. Want die waren zo zompig dat dat vast een slippartij zou worden…

Maar goed, na anderhalf uur hotsen en klotsen, stapte evangelist Daniël bij ons in de bus. Hij reed met ons mee naar het pad waar we ‘met de benenwagen’ zouden afdalen. Nou, dat werd een nieuwe uitdaging, want ’t daalde flink steil en het pad was af en toe spekglad. Daniël had wat helpers uit het dorp geregeld, zodat we aan de afdaling konden beginnen. Rinus bleef achter bij de bus: zo’n steil pad zag hij niet zitten. Een verstandig besluit… ’t Was een heftige afdaling van zo’n half uur. Niet iedereen kwam helemaal schoon aan: als je uitglijdt op een modderig pad, word je aardig vies. Onze bijrijder – die de buschauffeur assisteert bij het rijden/draaien – kreeg spontaan de slappe lach toen hij Jaap zag aankomen: een vieze hand, een modderige onderarm en modder op z’n achterwerk. Het smalle pad kent vele hobbels, was Jaaps eindconclusie. Ook de rest was flink bezweet en had spekgladde schoenen: het profiel van de zolen was helemaal volgelopen met kleverige modder, haast een soort klei/leem. Voor de dorpsbewoners zelf was ’t geen centje pijn: voor ons liep een jonge moeder op teenslippers, met haar baby van vier maanden op de arm. En jochies van een jaar of acht deden het haast rennend…

In het dorp aangekomen, werden we hartelijk ontvangen door de bewoners, jong en oud was uitgelopen. Na een kleine opfrisbeurt werden we in het huidige kerkgebouwtje uitgenodigd voor een kopje koffie/thee met wat lekkere koekjes. Daniël vertelde kort wat over z’n gemeente: hij is hier sinds kort aan het werk en zondags komen er zo’n 40 mensen samen. Jan vertaalde simultaan. Ook het dorpshoofd en de zondagsschoolleider spraken ons toe: allebei blij en ook trots met bezoek vanuit Nederland. Na de koffie hebben we cadeautjes uitgedeeld aan de kinderen: boekjes met Bijbelverhalen, autootjes voor de jongens en haarknipjes voor de meisjes. Ook waren er een aantal tweedehands leesbrillen die gretig aftrek vonden. Daarna hebben we buiten nog even gekeken naar de ‘bouwplek’ voor het nieuwe kerkgebouw: uit het budget van onze reis heeft Jan de evangelist al eerder een bedrag gegeven voor de bouw van het kerkje. Maar vanwege de vele regen van de afgelopen tijd stond het kerkje er nog niet. We krijgen de foto’s vast nog wel een keer… Mooi om op zo’n manier te kunnen bijdragen aan de daadwerkelijke bouw van de wereldwijde kerk.

Daarna werd ons een maaltijd voorgeschoteld: lekkere rijst, kip, mie en gekookte papaja-bloemen (proefde wat bitter, maar wel lekker). Het smaakte ons prima. Tenslotte hebben we samen een kerkdienst gehouden: Jan heeft gelezen over Thomas en kort gepreekt (in het Indonesisch). Want ondanks dat Thomas zo’n goede vriend van Jezus was, kon hij niet geloven dat Jezus was opgestaan. Thomas was door het hele gebeuren van Jezus kruisiging flink in de war geraakt. Maar gelukkig, Jezus zocht ‘m op, zijn opstanding is echt waar. Dus: alhoewel alles soms best ingewikkeld voelt, ook als je een nieuwe/jonge gelovige bent in een ‘heidense omgeving’, Jezus is altijd dichtbij. Hij kan veel meer dan jij ooit kan bedenken! Daniël vertaalde de preek vervolgens van het Indonesisch naar het Soembanees, want de officiële landstaal is niet iedereen machtig. Jaap heeft namens ons de gemeente toegesproken: hartelijk dank voor de gastvrije ontvangst, het lekkere eten en prachtig om te ontdekken dat overal ter wereld christenen hetzelfde geloof in God mogen delen. En via het werk van De Verre Naasten mogen we ons ook in financiële zin met elkaar verbonden weten. De kinderen van de zondagsschool hebben ook nog een lied gezongen.

Aan het eind van de ontmoeting kwam de ‘pinang’ (betelnoot) op tafel: je ziet hier veel mensen met rode tanden/tandvlees, omdat ze op zo’n noot kauwen (samen met een wortelstokje en wat kalk). Dat werkt wat honger stillend en is ook een soort ‘drug’ (net zoals roken/pruimtabak), en dus ook verslavend… Arjan heeft het ook geprobeerd, tot groot vermaak van de Soembanezen. En z’n rode bekkie staat op de foto!

Na een groepsfoto namen we afscheid (God bless you) en klommen we weer richting de bus. Een flinke klim en wederom voor allemaal een flinke plakkont (van het zweet). Alhoewel Jan bijna met Eeke de berg afrolde (een bamboe-afrastering behoedde erger…), hebben we ’t allemaal weer gered, chapeau! Rinus wachtte ons uitgerust op.

De weg terug ging prima, om een uur of vier waren we terug bij het gastenhuis. Daar was men al druk bezig met de maaltijd: de geslachte kip werd net in stukken gehakt. Na wat mandiën, aten we een heerlijke rijstmaaltijd onder het afdak van het gastenhuis. We lazen uit het dagboek vandaag over Koninginnedag, want dat was ’t vandaag in Nederland.

De sterrenhemel is hier geweldig: omdat er weinig ‘bij-licht’ is, kun je de sterren en de Melkweg goed zien. Daarna nog even met elkaar nagezeten, waarna nog een paar kleedjesverkopers langskwamen om hun koopwaar (geweven kleedjes, een Soembanese traditie) te slijten. De bewoners van het andere huis (Marga, Jenny en Arjan) hadden al zelfgeweven kleedjes gekocht van Delila, de ‘huisoppasser’ daar.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen