zondag 1 mei 2011

Zondag 1 mei – naar de kerk in Kataka

Vanochtend ontbeten we om 7 uur, zodat we om 7.30 uur konden vertrekken naar onze kerkdienst vandaag: een dienst van de GGRI-gemeente in Kataka. De Gereja-Gereja Refomasi di Indonesia (GGRI), onze zusterkerken in Indonesië, bestaat in Indonesië uit drie regionale, zelfstandige kerkverbanden: die van Kalimantan Barat (West-Borneo), van Papoea en die hier op Soemba, van de provincie NTT (Nusa Tenggara Timur). Het is de bedoeling dat deze drie gereformeerde kerken op termijn samensmelten tot één nationaal kerkverband. De GGRI-NTT bestaat uit zo’n 60 kerken en evangelisatieposten op Soemba en een stadsgemeente in Kupang (op Timor) en heeft in totaal zo’n 6000 leden.

De rit naar Kataka was opnieuw een flinke hobbelweg, omhoog, dwars over de Soembanese vlakten. Als je achteromkeek, zag je de zee liggen. Wat een verschil met onze rit naar de kerk in Jakarta, twee weken geleden. Soemba is echt een rustig eiland, met mooie vergezichten en af en toe een huis met wat vee. Op een bepaald moment hadden we zelfs een kudde paarden voor onze bus aan het galopperen. Een mooi gezicht, net of we als postkoets voortgetrokken werden richting de kerk.

In Kataka aangekomen, werden we bij ds. Agus thuis ontvangen. Hij vertelde ons kort iets over zichzelf: 62 jaar, inmiddels gepensioneerd, vader van 5 kinderen, één zoon woont met z’n pasgetrouwde vrouw bij hen in (zij hebben elkaar op SETIA in Jakarta leren kennen, hij verpleegopleiding, zij godsdienstonderwijzeres, afkomstig van Sumatra). Nog steeds erg actief in de kerk, voorzitter van de kerkenraad en gaat nog elke zondag voor op een nieuwe evangelisatiepost van de gemeente, ergens verderop in het binnenland (zo’n 2,5 uur met de motor heen en daarna datzelfde eind weer terug). In totaal heeft de GGRI- gemeente van Kataka 4 evangelisatieposten, verspreid over de regio. In Kataka zijn zo’n 200 kerkleden.

Vervolgens liepen we samen naar de kerk, waarbij zich steeds meer mensen bij de wandelstoet aansloten. Inmiddels werd ook de kerkklok geluid: de ‘koster’ sloeg met een stuk metaal op een oude wieldop die aan de dakgoot hing. Nadat we alle handen hadden geschud, begon de dienst om half 10. In de kerk zaten zo’n 80 mensen, waarvan de helft kinderen. Zij waren vanochtend al naar de zondagsschool geweest, vanaf half 8. Onze voorganger vanochtend was evangelist Samuel Umbu Pingge (Sam), een jonge, enthousiaste vent van 30 jaar. Hij komt van Soemba en heeft de theologische school in Waingapu doorlopen. Op dit moment is hij (tijdelijk) verbonden aan één van de evangelisatieposten van de gemeente hier. Samuel vertelde dat hij volgende week naar Nederland gaat, als één van de dertig deelnemers aan de drieweekse, internationale cursus die De Verre Naasten samen met de Theologische Universiteit in Kampen organiseert. 

De kinderen van de zondagsschool zongen uit volle borst nog een lied, daarna kregen alle kinderen die al konden lezen van Alie een mini-kinderbijbeltje mee en de zondagsschoolleider twee kinderbijbels, één van het Oude en één van het Nieuwe Testament. En een zak cadeautjes (autootjes en knipjes). De kinderen gingen daarna naar huis. Vervolgens begon de dienst en was de gemeente aan de beurt om te zingen, a capella. Het bijzondere is dat men de psalmen hier op dezelfde wijzen zingt als wij in Nederland gewend zijn. Zo konden we dus, met onze Nederlandse kerkboekjes in de hand, prima meezingen. Een mooie ervaring om zo, samen met onze  Indonesische broers en zussen, onze hemelse Vader te kunnen loven en prijzen. Tussen de gezongen regels door zegt de voorganger hier trouwens alvast de tekst van de volgende regel, waarschijnlijk voor degenen die niet kunnen lezen. En om je heen: krekelgeluiden op de achtergrond, open ramen (of beter gezegd: geen ramen, alleen kozijnen) waar af en toe een verkoelende briesje doorheen waait, een broeierig dak met blikplaten, kippen in de bosjes en zomaar een hond die binnenwandelt en op één van de lege stoelen gaat liggen…

Het Bijbelgedeelte van vandaag was uit Handelingen 9:1-19, de geschiedenis waarin de fanatieke christenvervolger Paulus, op weg naar Damascus, door Jezus zelf geroepen wordt om Hem te volgen. Na de schriftlezing in het Indonesisch vond die ook nog in het Soembanees plaats, aangezien niet iedereen de officiële landstaal (Bahasa Indonesia) kent.  Na de collecte preekte Sam over het gelezen Bijbelgedeelte, waarin hij inging op het feit dat Paulus’ enthousiasme voor de dezelfde Heer in eerste instantie helemaal niet goed bezig was. En dat je dus, in al je fanatieke enthousiasme, helemaal verkeerd bezig kunt zijn. Datzelfde geldt ook voor ons tegenwoordig: het kan heel wat lijken, maar voor God helemaal niet goed zijn. Jezus volgen vraagt om een nieuw leven, waarin je kiest voor het volgen van Hem. En dat is af en toe best lastig, maar dat vraagt God wel van ons. Het was mooi zo´n jonge, enthousiaste  Soembanese dominee (opgeleid op de theologische school hier op het eiland zelf) aan het werk te zien, waarbij hij helder en duidelijk Gods woord kon uitleggen. Ook na de preek werd deze samengevat in het Soembanees.

Aan het eind van de dienst heeft Jaap, met Jan als vertaler, de gemeente toegesproken, waarbij hij beloofde dat we hun groeten zullen overbrengen aan onze broeders en zusters in Nederland. En dat we ons, in dankbaarheid, met hen verbonden weten in Christus.

Na de dienst werden we opnieuw bij ds. Agus thuis uitgenodigd. Daar dronken we koffie/thee met een Soembanese ‘vulkoek’. Met de dominee en de evangelist hebben we nog wat nagepraat over de preek en de gemeente Kataka (ze gaan voor 2013 in Kataka een nieuwe kerk bouwen (het fundament ligt er al), want dan is hier de driejaarlijkse synode van de GGRI-NTT). Om de hoek van de deur keken de buurtkinderen en zijn vrouw, zoon en schoondochter toe, ondertussen aan de slag met de warme maaltijd. Die smaakte vervolgens prima: rijst, kippensoep en gekruide kip. Corrie had de hoofprijs: de gekookte kippenkop, alhoewel ze dat bij het opscheppen nog niet helemaal doorhad. Maar nadat ze het velletje eraf stroopte en de kip recht in z’n ogen keken, gilde ze het uit. Hilariteit alom. Gelukkig lustten de honden ‘m buiten wel. De jongetjes buiten showden ons ook nog een varaan die de hadden gevangen en doodgemaakt. Want zulke ‘landkrokodillen’ eten jonge kippen op…

De terugweg verliep voorspoedig, alhoewel het wel warm was… Onderweg zijn we nog even gestopt bij het ziekenhuis, waar Jan heeft gevraagd of onze verpleegsters (of inmiddels: zweetzusters) daar morgen kunnen komen kijken. Gelukt, dus met drie opgewekte verpleegkundigen vervolgden we onze reis. Thuis wat bijgekomen, daarna soep met brood gegeten en ’s avonds samen een preek gelezen over Paulus’ zendingsreis naar Antiochië (Handelingen 13) en daarover nog wat nagepraat. En deze 1e mei uitgeroepen tot de Dag van de Zendingsarbeid, omdat we vandaag met eigen ogen hebben mogen zien en in Kataka hebben mogen ervaren dat God het zendingswerk hier op Soemba zegent.

En weer een dag voorbij…. ’t Aftellen begint al wat, nog vier Indonesische dagen en dan vliegen we donderdagavond terug naar Nederland.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen