woensdag 4 mei 2011

Woensdag 4 mei – vakantiegangers in Kuta

Vandaag hadden we het eerste deel van de dag vrijaf. Na het ontbijt ging eenieder zijns weegs: zwemmen, shoppen, zonnebaden, aan het strand zitten, je staande houden in de golven (’t zijn hier flinke golven in zee, blijven staan is een hele kunst…), lunchen, foto’s maken. We gedroegen ons – net als al die Australiërs hier op Bali – als echte vakantiegangers.

Om vier uur verzamelden we ons bij de auto’s en reden we in een uurtje naar Ulu Watu, een dorpje aan de zuidwestkust van het schiereiland, dus aan de andere kant van het vliegveld. Daar staat de Pura Luhur Ulu Watu, een van de zes heilige tempels op Bali. Ulu Watu is de tempel van de windrichting en beschermt Bali tegen boze geesten uit het zuidwesten. Vandaar dat iedereen met een korte broek bij de ingang van het tempelcomplex een sarong aan moest doen. Maar omdat de tempel bevolkt wordt door een stel agressieve apen, was Arjan de enige die de tempel bekeken heeft. Die apen staan erom bekend brillen te roven van toeristen en aangezien ons gezelschap grotendeels uit brildragers bestond, durfde alleen Arjan de bezichtiging aan. En inderdaad zag hij twee keer apen met een zonnebril zitten en roofde een aap een flesje water.  De tempel ligt hoog boven ze, zo’n 75 meter steile rotswand en daaronder een branding met flinke golven. Een prachtig uitzicht!

Ietsje verderop was een soort amfitheater, waar je naartoe kon lopen zonder die rovende apen tegen te komen. Bij zonsondergang (vanaf zes uur) werd daar een traditionele kecakdans (apendans) opgevoerd, vanuit de Balinees-Hindoeïstische cultuur een dans over goed/kwaad. Rondom een brandende kandelaar maakten 45 mannen, zittend op de grond en af en toe met wapperende handen, kecak-achtige geluiden: oe, oe, oe. En dat hielden ze zowat een uur vol. Ondertussen kwamen er verschillende dansers met maskers voorbij die een historisch Hindoeverhaal uitbeelden. Al met al een hele happening. Het theater zat bomvol, vooral heel veel Aziaten (Japanners, Chinezen en Indonesiërs) en misschien 10% Europeanen (Nederlanders, Duitsers, Fransen).

Daarna reden we richting Jimbaran, een plaatsje aan zee, vlakbij de luchthaven. Hier hebben we gegeten in een visrestaurant: aan de voorkant zag het er wat slordig uit, net als de omliggende bebouwing. Maar toen we door het restaurant heenliepen, bleken alle tafels en stoelen buiten te staan, op het strand. Ook andere restaurants hadden zo’n opstelling, dus het hele strand stond vol. Een prachtig gezicht en wat een heerlijk plekje: kaarslicht, een golvende zee op de achtergrond en een lekker zeebriesje… En met live muziek, aan de tafel. Leuk. Een prima plek om deze dag en deze Indonesiëreis in stijl af te sluiten! We aten geroosterde vis (red snappers) en rijst, met een versgeperste juice erbij. Alleen Marga had spaghetti; haar snapper bleek een ontsnapper te zijn… Achteraf hoorden we dat in 2005, hier in Jimbaran, twee bomaanslagen zijn geweest door zelfmoordterroristen en tweehonderd toeristen zijn omgekomen. Nadien zijn de veiligheidsmaatregelen flink aangescherpt, maar ’t blijft een nare gedachte… Om een uur of tien waren we terug in het hotel. Vlug weer slapen en morgen gezond weer op!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen